Zwerfdagboek

In samenwerking met Han Leeferink

In het kader van het project ‘Zwerfdagboek’ zwerf ik samen met Han Leeferink gedurende een periode van twee jaar door een natuurgebied ten zuiden van Den Bosch, in het stroomgebied van de Dommel. Zwerven duidt in het taoïsme op een houding van ontvankelijkheid – het verwijst naar een vorm van leven zonder vooropgezet doel. Zwervend leven is gaandeweg leven; de weg ontstaat door haar te belopen.

In Zwerfdagboek verbeelden we onze ervaringen van landschap in teksten en beelden – niet met de bedoeling het landschap ‘vast te leggen’ of ‘na te bootsen’ (landschap kan ons inziens niet worden vastgelegd of nagebootst), maar om het in al haar levendigheid (ritme en beweging) zichtbaar en voelbaar te maken. We zoeken voortdurend naar manieren om onze ervaringen van momenten waarop het levende landschap zich toont weer te geven. En tegelijk stellen we onszelf de (filosofische en praktische) vraag wat het oproepen van (ervaringen van) landschap betekent voor de aard van de teksten en beelden die we creëren. Hoe kunnen we zo te werk gaan dat de lezer en kijker dat levende landschap ook werkelijk ervaart? Daartoe bestuderen we onder meer oude teksten van Chinese landschapsschilders (4e eeuw – 18e eeuw) uit de Taoïstische traditie die hun manier van werken tevens op schrift stelden. Het project mondt uit in een boek met beelden van mij en teksten van Han waarin je kunt zwerven, als door een landschap. Het zwerfdagboek als natuurlandschap.

Naast François Jullien laten we ons inspireren door filosofen, schrijvers en kunstenaars als Zhuang Zi, Lao Zi, Eihei Dõgen, Ryõkan, Robert MacFarlane, Nan Sheperd, Shih-t’ao, Vincent van Gogh, Rembrandt van Rijn, Fabienne Verdier, Annie Dillard, Hanshan en Aaron Rose.

*

Specht

Er woont een groene specht in het bos. Ik weet niet waar, ik heb hem nog nooit gezien. Ik hoor alleen zijn staccato-achtige, helle lach, waar een licht-melodieuze echo in doorklinkt, ’s morgens vroeg, bij het opstaan, en soms tegen de avond, wanneer het schemert. Kjuu-kjuu-kjuu-kjuu-kjuu-kjuu-kjuu.

In Living off Landscape: Or the Unthought-of in Reason schrijft François Jullien dat je landschap niet kunt oproepen door het eindeloos te beschrijven of in detail na te schilderen. Volgens hem wordt landschap pas zichtbaar en voelbaar wanneer de dichter of kunstenaar erin slaagt om dat wat het landschap tot landschap maakt uit te beelden – aan het landschap te ontlokken, als het ware. En dat wat het landschap tot landschap maakt heeft naar zijn idee betrekking op de beweging tussen berg en water. Landschap komt tot leven in de beweging tussen tegengestelden: bomen die oprijzen uit het vlakke land, de wind die plotseling opsteekt, het stromende water in een rivier in het bos, het veranderlijke licht. En, zegt hij, zodra de lezer of kijker het levende landschap ervaart, wordt het leven in hem of haar gewekt.

……

Toen een meisje aan Ryokan vroeg om iets voor haar op een vel papier te schrijven, vroeg hij: ‘Waar heb je het voor nodig?’ Het meisje zei: ‘Ik ga er een vlieger van maken. Wilt u alstublieft de wind voor me oproepen?’ Ryokan pakte het vel en schreef: Sky above, great wind.1

Ryokan was een Japanse dichter en kluizenaar die leefde van 1758 tot 1831.

Klik hier voor meer Zwerfdagboek-fragmenten op de website van Han Leeferink