Onderstaande teksten zeggen mogelijk iets over wat ik in mijn werk tracht te doen.

Landschap is niet iets dat voor je ligt, dat zich passief uitstrekt voor het oog van een waarnemer; er is pas landschap als je landschap ervaart; er is pas landschap wanneer je niet meer tegenover landschap staat, maar er volledig in bent opgenomen (met gebruik van al je zintuigen).

Je kunt landschap niet fixeren; zodra je landschap fixeert, is het dood. De kunstenaar tekent wat het landschap tot landschap maakt – tot leven wekt.

Ik kijk nog steeds te veel, waardoor ik niets zie.
   En ruik. En hoor –

Bij het tekenen van een landschap, ligt de nadruk niet zozeer op het afbeelden of het oproepen van een visuele waarneming, maar op het voelbaar maken van het veranderlijke, het beweeglijke, het ritmische…

Aaron Rose, een Amerikaanse fotograaf die werkt met een pinhole-camera, wordt in een interview gevraagd waarom hij geen lens gebruikt. Ik houd ervan om veel tijd te nemen voor het maken van foto’s. (…) Ik zie het leven niet in een vijfentwintigste van een seconde, of in een vijftigste of zestigste van een seconde. Ik beschouw dingen niet op die manier. Ik houd ervan naar dingen te kijken, om dingen te observeren. En met een pinhole-camera kan dat. Mijn belichtingstijden variëren van een minuut tot enkele dagen.

Landschapsschilders in het oude China stelden zichzelf als taak ‘het grote beeld’ in hun werk op te roepen; zij lieten in hun schilderijen zien – of liever, zij maakten in hun schilderijen voelbaar, wat met het oog niet kan worden waargenomen: het landschap zonder (visuele) grenzen.

Zodra je het landschap betreedt, bevind je je in een omgeving die niet de jouwe is, want het landschap is de zon, en het water, en de bomen, en de wind… En omdát het landschap de zon, en het water, en de bomen, en de wind is, bén jij die omgeving, die niet de jouwe is. Immers: je bent niet iets anders.

Nan Shepherd in De levende berg, een boek over de Cairgorm Mountains in het noordoosten van Schotland: Vaak geeft de berg zichzelf pas volledig als ik geen bestemming heb, als ik nergens in het bijzonder aankom, maar slechts op weg ben gegaan om bij de berg te zijn, zoals je een vriend bezoekt met geen ander doel dan zijn gezelschap.                       Zo is het ook met het bos.